Opnieuw gestrand

Deze keer op slechts vijftig meter van ons huis. De regenval maakt het erg onzeker of het wel gaat lukken met de levering van de keuken. Zaterdags graven we geultjes voor een betere waterafvoer en op zondagmiddag klaart het op. Een flauw zonnetje komt tevoorschijn. We stappen in de auto en gaan als proef de camino rijden. Alles gaat goed. Boven wonder goed. Opgelucht kijken we elkaar aan. 

‘Nu de laatste meters nog’, zegt Dreas. Oh ja. We moeten nog zo’n 500 meter. Juist het slechtste stuk komt nog. Dat gaat eerst ook nog oké maar als we de laatste helling nemen, ons bergje op, stranden we halverwege. Het profiel van de banden zit vol modder. Barro zeggen ze hier. Dat is klei. Het plakt als een gek. Dreas laat de auto voorzichtig terugglijden en probeert weer. En dan nog wel drie keer maar het blijft bij halverwege. Slippende banden. De rook komt er vanaf. Dat gaat natuurlijk nooit werken. Niet voor ons. Niet voor de mensen van de keuken. 

Als dan maandags onverwachts nog eens uitzonderlijk veel regen valt, valt ook levering op dinsdag in het water. Verderop zien we modderstromen de berg afkomen. Verslagen voelen we ons. Heel verslagen. Tien weken zijn we veel en hard aan het werk. We kijken uit naar de afronding en ook naar een normale keuken en dan net nu is er te veel regen. Net als met het betonstorten eerder waar de verwarming mee samenhing.  

De levering moet opnieuw ingepland worden. Groot is onze vreugde als ze dan toch op dinsdagmiddag vragen of het woensdag zou lukken. Opnieuw stappen we in de auto en proberen we de laatste 400 honderd probleemmeters. Ja! Het lukt. We staan weer naast het huis. 

Nu kan de plaatsing doorgaan en kunnen we toch nog volgende week gaan rijden. Bij het feestje van één van de kleinkinderen zijn en een week later aansluiten bij mijn ouders waar we dan met z’n allen samen zijn, 15 grote en 6 kleine mensen. En met kerst kunnen we dan weer hier zijn, met dozen vol boeken. We zijn blij met het vooruitzicht en plannen al een beetje de terugweg. 

Een dag later staan een Colombiaan, een Catalaan en een Estlander ‘op de stoep’. Door ons opgehaald bij de Shell. De auto heeft rechts voor een raar bijgeluid. En eerlijk is eerlijk, op de heenweg heb ik nog veel spanning maar op de terugweg draai ik toch maar gewoon mijn raam dicht. Iets met je kop in het zand of je hoofd in de klei steken? 

De camino is hier en daar flink gehavend maar begaanbaar. De sfeer is goed. Er wordt gelachen. De zon schijnt. Richting het einde van de werkdag is er wat onduidelijkheid over de afvoer en de ‘loodgieter’. Dan blijkt dat dat werk tezamen valt met het opmeten van het keukenblad. Huh! Opmeten? En dan? Dan bestellen en dan plaatsen. Hoe lang duurt dat? Waarschijnlijk acht tot tien dagen. Ik kan niet in huilen uitbarsten met drie werkmannen om me heen. Maar zo voelt het wel even. 

Hoe het verder verloopt, is nog onduidelijk. We zitten dan wel niet meer vast op de helling maar zijn ook nog niet geheel vlot getrokken.