Hotelscheepje

‘Heb je het daar wel warm genoeg?’, vraagt mijn moeder.

Sinds half oktober kamperen we aan boord van een Invicta, een klassiek zeilbootje van acht meter lang en bijna vijftig jaar oud. Klassiek betekent minder kubieke meters inhoud dan modernere boten en in dit geval geen warm water en geen wc aan boord. Maar wel betaalbaar.

Wat bezielt ons om in de winter op zo’n scheepje te bivakkeren?

Dat vraag ik mij ook wel af. Zeker met de storm van vorige week waarbij je nauwelijks een oog dicht doet en ongeklopte room als slagroom uit de koelbox komt. Maar als het zonnetje dan weer schijnt en ik langs het Hollands Diep loop, adem ik ruimte en vrijheid. De wind waait mijn haren in de war, meerkoeten schieten onder steiger vandaan en visjes springen uit het water. Roofblei roept de man op de steiger me na. Hij kan eerst maar niet op de naam van de visjes komen en opeens schiet het hem te binnen.

Nu we in Grou, hartje Friesland, wonen en Dreas zijn werk in Etten-Leur, Brabant is, is dit ons tweede ‘huis’. Dagelijks op en neer is niet te doen. Acht à negen maanden hotelkosten is zo’n beetje de aanschaf van deze Invicta. In een hotel of B&B ga je dagelijks uit eten maar hier koken we op een spiritusfornuis van twee pitjes. Zo besparen we geld.

Door keuzes te maken, proberen we over ongeveer anderhalf jaar voldoende middelen te hebben om weer een lange reis te maken. De Invicta is wisselgeld. Waarschijnlijk verkopen we haar. We hebben immers een droom voor ogen. We zien onze volgende reis voor ons geestesoog ontstaan.

Daarom zitten we vier dagen per week aan boord, rijdt Dreas van Willemstad naar Etten-Leur en loop ik met mijn emmer met afwas naar het toiletgebouw. Wil ik koffie dan plug ik stekkers om. Kacheltje uit, koffieapparaat aan, koffie maken en de apparaten weer wisselen. Met teveel tegelijk vliegt de zekering eruit. Het vraagt om bewust gebruik van water en stroom. Thuis waarderen we de luxe des te meer.

We dromen van warme winters en een aangenaam zwoel briesje. Ondertussen snijdt een koude wind in mijn gezicht. Binnen bromt het kacheltje. Het is zomaar warm op die paar
vierkante meters.

8 januari 2016

Gerlinde Zoodsma

Place comment

‘Heb je het daar wel warm genoeg?’, vraagt mijn moeder.

Sinds half oktober kamperen we aan boord van een Invicta, een klassiek zeilbootje van acht meter lang en bijna vijftig jaar oud. Klassiek betekent minder kubieke meters inhoud dan modernere boten en in dit geval geen warm water en geen wc aan boord. Maar wel betaalbaar.

Wat bezielt ons om in de winter op zo’n scheepje te bivakkeren?

Dat vraag ik mij ook wel af. Zeker met de storm van vorige week waarbij je nauwelijks een oog dicht doet en ongeklopte room als slagroom uit de koelbox komt. Maar als het zonnetje dan weer schijnt en ik langs het Hollands Diep loop, adem ik ruimte en vrijheid. De wind waait mijn haren in de war, meerkoeten schieten onder steiger vandaan en visjes springen uit het water. Roofblei roept de man op de steiger me na. Hij kan eerst maar niet op de naam van de visjes komen en opeens schiet het hem te binnen.

Nu we in Grou, hartje Friesland, wonen en Dreas zijn werk in Etten-Leur, Brabant is, is dit ons tweede ‘huis’. Dagelijks op en neer is niet te doen. Acht à negen maanden hotelkosten is zo’n beetje de aanschaf van deze Invicta. In een hotel of B&B ga je dagelijks uit eten maar hier koken we op een spiritusfornuis van twee pitjes. Zo besparen we geld.

Door keuzes te maken, proberen we over ongeveer anderhalf jaar voldoende middelen te hebben om weer een lange reis te maken. De Invicta is wisselgeld. Waarschijnlijk verkopen we haar. We hebben immers een droom voor ogen. We zien onze volgende reis voor ons geestesoog ontstaan.

Daarom zitten we vier dagen per week aan boord, rijdt Dreas van Willemstad naar Etten-Leur en loop ik met mijn emmer met afwas naar het toiletgebouw. Wil ik koffie dan plug ik stekkers om. Kacheltje uit, koffieapparaat aan, koffie maken en de apparaten weer wisselen. Met teveel tegelijk vliegt de zekering eruit. Het vraagt om bewust gebruik van water en stroom. Thuis waarderen we de luxe des te meer.

We dromen van warme winters en een aangenaam zwoel briesje. Ondertussen snijdt een koude wind in mijn gezicht. Binnen bromt het kacheltje. Het is zomaar warm op die paar
vierkante meters.

8 januari 2016

Gerlinde Zoodsma

Place comment

‘Heb je het daar wel warm genoeg?’, vraagt mijn moeder.

Sinds half oktober kamperen we aan boord van een Invicta, een klassiek zeilbootje van acht meter lang en bijna vijftig jaar oud. Klassiek betekent minder kubieke meters inhoud dan modernere boten en in dit geval geen warm water en geen wc aan boord. Maar wel betaalbaar.

Wat bezielt ons om in de winter op zo’n scheepje te bivakkeren?

Dat vraag ik mij ook wel af. Zeker met de storm van vorige week waarbij je nauwelijks een oog dicht doet en ongeklopte room als slagroom uit de koelbox komt. Maar als het zonnetje dan weer schijnt en ik langs het Hollands Diep loop, adem ik ruimte en vrijheid. De wind waait mijn haren in de war, meerkoeten schieten onder steiger vandaan en visjes springen uit het water. Roofblei roept de man op de steiger me na. Hij kan eerst maar niet op de naam van de visjes komen en opeens schiet het hem te binnen.

Nu we in Grou, hartje Friesland, wonen en Dreas zijn werk in Etten-Leur, Brabant is, is dit ons tweede ‘huis’. Dagelijks op en neer is niet te doen. Acht à negen maanden hotelkosten is zo’n beetje de aanschaf van deze Invicta. In een hotel of B&B ga je dagelijks uit eten maar hier koken we op een spiritusfornuis van twee pitjes. Zo besparen we geld.

Door keuzes te maken, proberen we over ongeveer anderhalf jaar voldoende middelen te hebben om weer een lange reis te maken. De Invicta is wisselgeld. Waarschijnlijk verkopen we haar. We hebben immers een droom voor ogen. We zien onze volgende reis voor ons geestesoog ontstaan.

Daarom zitten we vier dagen per week aan boord, rijdt Dreas van Willemstad naar Etten-Leur en loop ik met mijn emmer met afwas naar het toiletgebouw. Wil ik koffie dan plug ik stekkers om. Kacheltje uit, koffieapparaat aan, koffie maken en de apparaten weer wisselen. Met teveel tegelijk vliegt de zekering eruit. Het vraagt om bewust gebruik van water en stroom. Thuis waarderen we de luxe des te meer.

We dromen van warme winters en een aangenaam zwoel briesje. Ondertussen snijdt een koude wind in mijn gezicht. Binnen bromt het kacheltje. Het is zomaar warm op die paar
vierkante meters.

8 januari 2016

Gerlinde Zoodsma

Place comment

‘Heb je het daar wel warm genoeg?’, vraagt mijn moeder.

Sinds half oktober kamperen we aan boord van een Invicta, een klassiek zeilbootje van acht meter lang en bijna vijftig jaar oud. Klassiek betekent minder kubieke meters inhoud dan modernere boten en in dit geval geen warm water en geen wc aan boord. Maar wel betaalbaar.

Wat bezielt ons om in de winter op zo’n scheepje te bivakkeren?

Dat vraag ik mij ook wel af. Zeker met de storm van vorige week waarbij je nauwelijks een oog dicht doet en ongeklopte room als slagroom uit de koelbox komt. Maar als het zonnetje dan weer schijnt en ik langs het Hollands Diep loop, adem ik ruimte en vrijheid. De wind waait mijn haren in de war, meerkoeten schieten onder steiger vandaan en visjes springen uit het water. Roofblei roept de man op de steiger me na. Hij kan eerst maar niet op de naam van de visjes komen en opeens schiet het hem te binnen.

Nu we in Grou, hartje Friesland, wonen en Dreas zijn werk in Etten-Leur, Brabant is, is dit ons tweede ‘huis’. Dagelijks op en neer is niet te doen. Acht à negen maanden hotelkosten is zo’n beetje de aanschaf van deze Invicta. In een hotel of B&B ga je dagelijks uit eten maar hier koken we op een spiritusfornuis van twee pitjes. Zo besparen we geld.

Door keuzes te maken, proberen we over ongeveer anderhalf jaar voldoende middelen te hebben om weer een lange reis te maken. De Invicta is wisselgeld. Waarschijnlijk verkopen we haar. We hebben immers een droom voor ogen. We zien onze volgende reis voor ons geestesoog ontstaan.

Daarom zitten we vier dagen per week aan boord, rijdt Dreas van Willemstad naar Etten-Leur en loop ik met mijn emmer met afwas naar het toiletgebouw. Wil ik koffie dan plug ik stekkers om. Kacheltje uit, koffieapparaat aan, koffie maken en de apparaten weer wisselen. Met teveel tegelijk vliegt de zekering eruit. Het vraagt om bewust gebruik van water en stroom. Thuis waarderen we de luxe des te meer.

We dromen van warme winters en een aangenaam zwoel briesje. Ondertussen snijdt een koude wind in mijn gezicht. Binnen bromt het kacheltje. Het is zomaar warm op die paar
vierkante meters.

8 januari 2016

Gerlinde Zoodsma

Place comment