Over geluk, verveling en contrasten
07 oktober 2016 
3 min. read

Over geluk, verveling en contrasten

Dikke dotten schuim drijven in de haven. We krijgen de plek toegewezen waar net die ochtend een schip uitgebrand is. Het schip is ver weg, achter op het terrein gezet. Maar met wind uit het oosten stinkt het nog in heel de haven. De verdwaasde man bij het toiletgebouw bleek de gedupeerde te zijn. Uit het schip van onze buren komt ondertussen een dikke straal water. Dat is van de airco, vertelt de Vlaamse eigenaresse alsof het de normaalste zaak van de wereld is.

Onze problemen zijn klein, de schroefas loopt wat warm en er lekt water langs wanneer we uit Aguadulce vertrekken. Wanneer het vetkoord, een soort touw wat als afdichting om de schroefas zit,  vervangen is, lekt deze altijd wat. Niks om je druk over te maken. Op kanaal 16 van de marifoon horen we dat elders mensen in het water liggen. Een vissersboot wordt opgeroepen en gevraagd er naar toe te gaan. Wij controleren de doorgegeven positie. Het is ver weg. Bij ons gaat het heerlijk.

De lengte van de tocht brengt nog meer uitersten. Van euforisch geluk tot langdradige verveling. Langzaam doet vertraging haar intrede en komt het gevoel van ‘oké, hier gaan we ons dus 24 tot 30 uur mee zoethouden’. Daarvoor kijk ik nog continu naar de snelheid op het scherm en reken ik uit dat we na 2,5 uur zo’n tien procent van de tocht hebben volbracht. Nog negentig procent te gaan. We lopen snelheden van boven de acht knopen.

Maar werkelijk, net als je je midden tussen de schepen bevindt, valt de wind weg. Met twee knopen drijven tussen de vele schepen die bij de Straat van Gibraltar de Middellandse Zee opkomen en allemaal dezelfde koers aanhouden, is niks. De motor moet aan. We willen naar de overkant en moeten door die lange stoet. We hebben een zeilboot maar motoren soms wat af, zo varen we de nacht in. Lichten alom ons heen. Alles komt overeen met wat we op de plotter zien.

“Nee, niet. Dreas voor ons. Kijk dan.”
“Rood boordlicht, goed dan zien we hem op zijn linkerzij.”
“Nee, groen en rood. Hij komt recht op ons af.”

‘Sailing yacht El Galante, sailing yacht El Galante, sailing yacht El Galante,’ klinkt een stem in de nacht. Zelden was ik zo snel binnen bij de marifoon. “Here sailing yacht El Galante”. Ik versta iets van trawler, hij sleept netten, we moeten noord van hem langs. Oké, dan doen we dat. Langzaam ebt de stress weg. Verontwaardigd vraag ik Dreas waarom hij niet zichtbaar is op de plotter. Stijf van de adrenaline vatten we die nacht weinig slaap.

Oorverdovende stilte als na negentien uren de motor eindelijk weer uit kan. Spierwitte koppen op een blauwgroene zee. El Galante trilt van plezier. We gaan weer fantastisch mooi.

Weer worden we opgeroepen op kanaal 16. Het klinkt in ieder geval een beetje als El Galante. Onverstaanbaar geschreeuw als Dreas de oproep beantwoordt, verdere communicatie is echt totaal onmogelijk. Dreas raakt geïrriteerd, neemt het stuurwiel van me over en ik ga naar binnen. Dan meldt de marine van Marokko zich. Wie we zijn, waar we vandaan komen, waar we naar toe gaan en of we een probleem met de motor hebben. Nee hoor, we hebben alleen de zeilen gehesen. Ze bedanken vervolgens heel aardig voor onze medewerking. Dreas had natuurlijk niet meerdere keren naar die visser moeten zwaaien. Even later geeft Dreas het stuurwiel weer aan mij. “Ik ga even kijken of de Mastervolt – onze omvormer – nog leeft. Die begrijp ik tenminste.”

We laveren tussen de laatste vlaggetjes en boeitjes, een visser gebaart nog eens driftig. Niet voor niks, ze laten netten zakken tussen de boeitjes. Vlak voor de rivier roepen we de marina op.

“Welcome in Morocco, follow the pilot”, met zijn hand geeft hij een peace-teken. Bij het inklaren zijn nog eens zes mensen betrokken, drie in burger en drie in verschillende uniformen. Ze willen naar binnen. Omdat er door ons reisbed maar één salonbank is, is er weinig ruimte. Eén van de dienders stoort zich nergens aan, schuift de kussens aan de kant en gaat op de hoek van ons bed zitten. Nog verder naar voren staan onze fietsen vastgebonden, half in de toiletruimte, half in een hut. Het is vooral veel papierwerk, matig onderzoek, lang wachten en nog een klein beetje onduidelijkheid over onze fietsen en Honda generator. Als we die niet verhandelen, is het goed.

7 oktober 2016

Gerlinde Zoodsma

Place comment
07 oktober 2016 
3 min. read

Over geluk, verveling en contrasten

Dikke dotten schuim drijven in de haven. We krijgen de plek toegewezen waar net die ochtend een schip uitgebrand is. Het schip is ver weg, achter op het terrein gezet. Maar met wind uit het oosten stinkt het nog in heel de haven. De verdwaasde man bij het toiletgebouw bleek de gedupeerde te zijn. Uit het schip van onze buren komt ondertussen een dikke straal water. Dat is van de airco, vertelt de Vlaamse eigenaresse alsof het de normaalste zaak van de wereld is.

Onze problemen zijn klein, de schroefas loopt wat warm en er lekt water langs wanneer we uit Aguadulce vertrekken. Wanneer het vetkoord, een soort touw wat als afdichting om de schroefas zit,  vervangen is, lekt deze altijd wat. Niks om je druk over te maken. Op kanaal 16 van de marifoon horen we dat elders mensen in het water liggen. Een vissersboot wordt opgeroepen en gevraagd er naar toe te gaan. Wij controleren de doorgegeven positie. Het is ver weg. Bij ons gaat het heerlijk.

De lengte van de tocht brengt nog meer uitersten. Van euforisch geluk tot langdradige verveling. Langzaam doet vertraging haar intrede en komt het gevoel van ‘oké, hier gaan we ons dus 24 tot 30 uur mee zoethouden’. Daarvoor kijk ik nog continu naar de snelheid op het scherm en reken ik uit dat we na 2,5 uur zo’n tien procent van de tocht hebben volbracht. Nog negentig procent te gaan. We lopen snelheden van boven de acht knopen.

Maar werkelijk, net als je je midden tussen de schepen bevindt, valt de wind weg. Met twee knopen drijven tussen de vele schepen die bij de Straat van Gibraltar de Middellandse Zee opkomen en allemaal dezelfde koers aanhouden, is niks. De motor moet aan. We willen naar de overkant en moeten door die lange stoet. We hebben een zeilboot maar motoren soms wat af, zo varen we de nacht in. Lichten alom ons heen. Alles komt overeen met wat we op de plotter zien.

“Nee, niet. Dreas voor ons. Kijk dan.”
“Rood boordlicht, goed dan zien we hem op zijn linkerzij.”
“Nee, groen en rood. Hij komt recht op ons af.”

‘Sailing yacht El Galante, sailing yacht El Galante, sailing yacht El Galante,’ klinkt een stem in de nacht. Zelden was ik zo snel binnen bij de marifoon. “Here sailing yacht El Galante”. Ik versta iets van trawler, hij sleept netten, we moeten noord van hem langs. Oké, dan doen we dat. Langzaam ebt de stress weg. Verontwaardigd vraag ik Dreas waarom hij niet zichtbaar is op de plotter. Stijf van de adrenaline vatten we die nacht weinig slaap.

Oorverdovende stilte als na negentien uren de motor eindelijk weer uit kan. Spierwitte koppen op een blauwgroene zee. El Galante trilt van plezier. We gaan weer fantastisch mooi.

Weer worden we opgeroepen op kanaal 16. Het klinkt in ieder geval een beetje als El Galante. Onverstaanbaar geschreeuw als Dreas de oproep beantwoordt, verdere communicatie is echt totaal onmogelijk. Dreas raakt geïrriteerd, neemt het stuurwiel van me over en ik ga naar binnen. Dan meldt de marine van Marokko zich. Wie we zijn, waar we vandaan komen, waar we naar toe gaan en of we een probleem met de motor hebben. Nee hoor, we hebben alleen de zeilen gehesen. Ze bedanken vervolgens heel aardig voor onze medewerking. Dreas had natuurlijk niet meerdere keren naar die visser moeten zwaaien. Even later geeft Dreas het stuurwiel weer aan mij. “Ik ga even kijken of de Mastervolt – onze omvormer – nog leeft. Die begrijp ik tenminste.”

We laveren tussen de laatste vlaggetjes en boeitjes, een visser gebaart nog eens driftig. Niet voor niks, ze laten netten zakken tussen de boeitjes. Vlak voor de rivier roepen we de marina op.

“Welcome in Morocco, follow the pilot”, met zijn hand geeft hij een peace-teken. Bij het inklaren zijn nog eens zes mensen betrokken, drie in burger en drie in verschillende uniformen. Ze willen naar binnen. Omdat er door ons reisbed maar één salonbank is, is er weinig ruimte. Eén van de dienders stoort zich nergens aan, schuift de kussens aan de kant en gaat op de hoek van ons bed zitten. Nog verder naar voren staan onze fietsen vastgebonden, half in de toiletruimte, half in een hut. Het is vooral veel papierwerk, matig onderzoek, lang wachten en nog een klein beetje onduidelijkheid over onze fietsen en Honda generator. Als we die niet verhandelen, is het goed.

7 oktober 2016

Gerlinde Zoodsma

Place comment
07 oktober 2016 
3 min. read

Over geluk, verveling en contrasten

Dikke dotten schuim drijven in de haven. We krijgen de plek toegewezen waar net die ochtend een schip uitgebrand is. Het schip is ver weg, achter op het terrein gezet. Maar met wind uit het oosten stinkt het nog in heel de haven. De verdwaasde man bij het toiletgebouw bleek de gedupeerde te zijn. Uit het schip van onze buren komt ondertussen een dikke straal water. Dat is van de airco, vertelt de Vlaamse eigenaresse alsof het de normaalste zaak van de wereld is.

Onze problemen zijn klein, de schroefas loopt wat warm en er lekt water langs wanneer we uit Aguadulce vertrekken. Wanneer het vetkoord, een soort touw wat als afdichting om de schroefas zit,  vervangen is, lekt deze altijd wat. Niks om je druk over te maken. Op kanaal 16 van de marifoon horen we dat elders mensen in het water liggen. Een vissersboot wordt opgeroepen en gevraagd er naar toe te gaan. Wij controleren de doorgegeven positie. Het is ver weg. Bij ons gaat het heerlijk.

De lengte van de tocht brengt nog meer uitersten. Van euforisch geluk tot langdradige verveling. Langzaam doet vertraging haar intrede en komt het gevoel van ‘oké, hier gaan we ons dus 24 tot 30 uur mee zoethouden’. Daarvoor kijk ik nog continu naar de snelheid op het scherm en reken ik uit dat we na 2,5 uur zo’n tien procent van de tocht hebben volbracht. Nog negentig procent te gaan. We lopen snelheden van boven de acht knopen.

Maar werkelijk, net als je je midden tussen de schepen bevindt, valt de wind weg. Met twee knopen drijven tussen de vele schepen die bij de Straat van Gibraltar de Middellandse Zee opkomen en allemaal dezelfde koers aanhouden, is niks. De motor moet aan. We willen naar de overkant en moeten door die lange stoet. We hebben een zeilboot maar motoren soms wat af, zo varen we de nacht in. Lichten alom ons heen. Alles komt overeen met wat we op de plotter zien.

“Nee, niet. Dreas voor ons. Kijk dan.”
“Rood boordlicht, goed dan zien we hem op zijn linkerzij.”
“Nee, groen en rood. Hij komt recht op ons af.”

‘Sailing yacht El Galante, sailing yacht El Galante, sailing yacht El Galante,’ klinkt een stem in de nacht. Zelden was ik zo snel binnen bij de marifoon. “Here sailing yacht El Galante”. Ik versta iets van trawler, hij sleept netten, we moeten noord van hem langs. Oké, dan doen we dat. Langzaam ebt de stress weg. Verontwaardigd vraag ik Dreas waarom hij niet zichtbaar is op de plotter. Stijf van de adrenaline vatten we die nacht weinig slaap.

Oorverdovende stilte als na negentien uren de motor eindelijk weer uit kan. Spierwitte koppen op een blauwgroene zee. El Galante trilt van plezier. We gaan weer fantastisch mooi.

Weer worden we opgeroepen op kanaal 16. Het klinkt in ieder geval een beetje als El Galante. Onverstaanbaar geschreeuw als Dreas de oproep beantwoordt, verdere communicatie is echt totaal onmogelijk. Dreas raakt geïrriteerd, neemt het stuurwiel van me over en ik ga naar binnen. Dan meldt de marine van Marokko zich. Wie we zijn, waar we vandaan komen, waar we naar toe gaan en of we een probleem met de motor hebben. Nee hoor, we hebben alleen de zeilen gehesen. Ze bedanken vervolgens heel aardig voor onze medewerking. Dreas had natuurlijk niet meerdere keren naar die visser moeten zwaaien. Even later geeft Dreas het stuurwiel weer aan mij. “Ik ga even kijken of de Mastervolt – onze omvormer – nog leeft. Die begrijp ik tenminste.”

We laveren tussen de laatste vlaggetjes en boeitjes, een visser gebaart nog eens driftig. Niet voor niks, ze laten netten zakken tussen de boeitjes. Vlak voor de rivier roepen we de marina op.

“Welcome in Morocco, follow the pilot”, met zijn hand geeft hij een peace-teken. Bij het inklaren zijn nog eens zes mensen betrokken, drie in burger en drie in verschillende uniformen. Ze willen naar binnen. Omdat er door ons reisbed maar één salonbank is, is er weinig ruimte. Eén van de dienders stoort zich nergens aan, schuift de kussens aan de kant en gaat op de hoek van ons bed zitten. Nog verder naar voren staan onze fietsen vastgebonden, half in de toiletruimte, half in een hut. Het is vooral veel papierwerk, matig onderzoek, lang wachten en nog een klein beetje onduidelijkheid over onze fietsen en Honda generator. Als we die niet verhandelen, is het goed.

7 oktober 2016

Gerlinde Zoodsma

Place comment
07 oktober 2016 
3 min. read

Over geluk, verveling en contrasten

Dikke dotten schuim drijven in de haven. We krijgen de plek toegewezen waar net die ochtend een schip uitgebrand is. Het schip is ver weg, achter op het terrein gezet. Maar met wind uit het oosten stinkt het nog in heel de haven. De verdwaasde man bij het toiletgebouw bleek de gedupeerde te zijn. Uit het schip van onze buren komt ondertussen een dikke straal water. Dat is van de airco, vertelt de Vlaamse eigenaresse alsof het de normaalste zaak van de wereld is.

Onze problemen zijn klein, de schroefas loopt wat warm en er lekt water langs wanneer we uit Aguadulce vertrekken. Wanneer het vetkoord, een soort touw wat als afdichting om de schroefas zit,  vervangen is, lekt deze altijd wat. Niks om je druk over te maken. Op kanaal 16 van de marifoon horen we dat elders mensen in het water liggen. Een vissersboot wordt opgeroepen en gevraagd er naar toe te gaan. Wij controleren de doorgegeven positie. Het is ver weg. Bij ons gaat het heerlijk.

De lengte van de tocht brengt nog meer uitersten. Van euforisch geluk tot langdradige verveling. Langzaam doet vertraging haar intrede en komt het gevoel van ‘oké, hier gaan we ons dus 24 tot 30 uur mee zoethouden’. Daarvoor kijk ik nog continu naar de snelheid op het scherm en reken ik uit dat we na 2,5 uur zo’n tien procent van de tocht hebben volbracht. Nog negentig procent te gaan. We lopen snelheden van boven de acht knopen.

Maar werkelijk, net als je je midden tussen de schepen bevindt, valt de wind weg. Met twee knopen drijven tussen de vele schepen die bij de Straat van Gibraltar de Middellandse Zee opkomen en allemaal dezelfde koers aanhouden, is niks. De motor moet aan. We willen naar de overkant en moeten door die lange stoet. We hebben een zeilboot maar motoren soms wat af, zo varen we de nacht in. Lichten alom ons heen. Alles komt overeen met wat we op de plotter zien.

“Nee, niet. Dreas voor ons. Kijk dan.”
“Rood boordlicht, goed dan zien we hem op zijn linkerzij.”
“Nee, groen en rood. Hij komt recht op ons af.”

‘Sailing yacht El Galante, sailing yacht El Galante, sailing yacht El Galante,’ klinkt een stem in de nacht. Zelden was ik zo snel binnen bij de marifoon. “Here sailing yacht El Galante”. Ik versta iets van trawler, hij sleept netten, we moeten noord van hem langs. Oké, dan doen we dat. Langzaam ebt de stress weg. Verontwaardigd vraag ik Dreas waarom hij niet zichtbaar is op de plotter. Stijf van de adrenaline vatten we die nacht weinig slaap.

Oorverdovende stilte als na negentien uren de motor eindelijk weer uit kan. Spierwitte koppen op een blauwgroene zee. El Galante trilt van plezier. We gaan weer fantastisch mooi.

Weer worden we opgeroepen op kanaal 16. Het klinkt in ieder geval een beetje als El Galante. Onverstaanbaar geschreeuw als Dreas de oproep beantwoordt, verdere communicatie is echt totaal onmogelijk. Dreas raakt geïrriteerd, neemt het stuurwiel van me over en ik ga naar binnen. Dan meldt de marine van Marokko zich. Wie we zijn, waar we vandaan komen, waar we naar toe gaan en of we een probleem met de motor hebben. Nee hoor, we hebben alleen de zeilen gehesen. Ze bedanken vervolgens heel aardig voor onze medewerking. Dreas had natuurlijk niet meerdere keren naar die visser moeten zwaaien. Even later geeft Dreas het stuurwiel weer aan mij. “Ik ga even kijken of de Mastervolt – onze omvormer – nog leeft. Die begrijp ik tenminste.”

We laveren tussen de laatste vlaggetjes en boeitjes, een visser gebaart nog eens driftig. Niet voor niks, ze laten netten zakken tussen de boeitjes. Vlak voor de rivier roepen we de marina op.

“Welcome in Morocco, follow the pilot”, met zijn hand geeft hij een peace-teken. Bij het inklaren zijn nog eens zes mensen betrokken, drie in burger en drie in verschillende uniformen. Ze willen naar binnen. Omdat er door ons reisbed maar één salonbank is, is er weinig ruimte. Eén van de dienders stoort zich nergens aan, schuift de kussens aan de kant en gaat op de hoek van ons bed zitten. Nog verder naar voren staan onze fietsen vastgebonden, half in de toiletruimte, half in een hut. Het is vooral veel papierwerk, matig onderzoek, lang wachten en nog een klein beetje onduidelijkheid over onze fietsen en Honda generator. Als we die niet verhandelen, is het goed.

7 oktober 2016

Gerlinde Zoodsma

Place comment