Nachtelijk geweld op het rustige El Hierro
14 februari 2015 
3 min. read

Nachtelijk geweld op het rustige El Hierro

‘Change bus in El Pinar’, zegt de buschauffeur. We zijn net in het mini busje gekropen met nog twee toeristen en een handvol inwoners van La Restinga. Nadat we een paar dagen eerder de oostkust van El Hierro vanaf het water bewonderden, willen we nu graag het eiland vanaf het land bezichtigen.

Wij gaan via Valverde naar Frontera, El Golfo. Naar Valverde is twee ritjes, beide van een klein half uur, met een overstap in El Pinar. Twee ritjes betekent dat je per persoon twee kaartjes koopt. Gewoon papieren kaartjes, alsof je consumptiebonnen koopt. De chauffeur heeft geen kassa maar een plastic bakje met daarin het kleingeld en dat bakje staat keurig tussen hem en de passagier op de voorste bank.

El Galante ligt in Puerto de la Restinga, het meest zuidelijk punt van het eiland. Het eiland is hier zo goed als onbebouwd. Veel zwarte lava, groen van de planten en struiken die het lukt om hier te leven en een eindeloze variatie in structuren, hard en zacht gesteente, aarderood en okergeel. De gestolde lava is als een dikke brij die het uiteindelijk niet lukte om nog verder te stromen, als een te ruime huid die met dikke plooien de aarde omvat.

In de buurt van El Pinar wordt het groener. De bodem is bedekt, er zijn meer soorten bomen en hier en daar staat een eerste huis. Na het naaldbomenbos lijkt het land meer geschikt voor bewerking. Amandelbomen in volle bloei, kale wijnstruiken en tussen de vele muurtjes – allemaal opgestapeld vulkanisch gesteente – grazen hier en daar koeien, geiten en hoedt een herder met een lange staf schapen. Het is nog werkelijk zoals op de ansichtkaart die we oma stuurden. Het gebied bij El Golfo is, in tegenstelling tot de rest van het eiland, heel vlak en afgegrensd met steile, hoge rotsen, in de vorm van een halve krater. De andere helft zou ooit in zee gezonken zijn.

Alles ademt gemoedelijkheid. Een postzegel koop je tussen half twaalf en half één, langer is het postkantoor niet open. De bus heeft een stopknop maar als iemand vraagt om ergens anders eruit dan bij de bushalte, kan dat ook. En de havenmeester laat ons voor drie nachten betalen, deelt ons mee dat hij een week op vakantie gaat. Hoe lang we blijven, is aan ons. Tot zijn vakantie voorbij is natuurlijk.

Het contrast met de plaatselijke gemoedelijkheid is groot als met harde wind de zeilboot die ’s ochtends vertrok weer binnenkomt. Er is één ligplaats vrij maar de eigenaren van de boten aan weerszijde willen niet dat deze boot, met acht mensen aan boord, daar gaat liggen. Waarom? Dat is onduidelijk. Misschien omdat zij het onverstandig vonden dat ze toch zijn uitgevaren? Misschien bang voor schade? Misschien omdat het een huurboot is en veel mensen aan boord meer lawaai geeft?

Na iets van twee uren in- en uitvaren, afmeren langs een betonnen muur en proberen te ankeren in de haven, helpen andere zeilers deze mensen toch op de ligplaats. In de haven zijn er op dat moment windstoten van windkracht acht. Of je de buren wel of niet leuk vindt, is in dit geval niet relevant. Met zo’n harde wind heb je gewoon plek in de haven nodig. Er wordt in vier talen over en weer geschreeuwd. Dat het niet kan, dat de ander onbeleefd is, maar ook een luid en duidelijk ‘gas, nu’ en vervolgens heel snel vastzetten van de lijnen. De zeilers zijn ontzettend blij dat ze vast liggen.

De blijdschap duurt niet lang. Midden in de nacht is er opnieuw een hoop geschreeuw. Met een rubberen hamer slaat één van de protesterende zeilers op het dek van de laatst binnengekomen boot. Eén van de mannen op deze boot krijgt klappen met de hamer op zijn arm en hoofd. Bloed op het dek, binnen en op de boot van de ‘hamerman’. Guardia Civil is er snel bij en de man met hoofdwond gaat voor hechtingen naar het ziekenhuis. In Frontera weten ze een half uur later al wat er aan de hand is in Restinga. Zo gaat dat in een kleine gemeenschap.

Als na een paar dagen de wind iets afzwakt en een eerste zitting voor de rechter is geweest, vertrekken de boten één voor één. De grapjes zijn nog niet uit de lucht maar in La Restinga is de rust weer wedergekeerd.

Wat zal de havenmeester bij terugkomst van het zeilersvolk denken?
Of zou het verhaal hem ook allang bereikt hebben?

14 februari 2015

Gerlinde Zoodsma

Place comment
14 februari 2015 
3 min. read

Nachtelijk geweld op het rustige El Hierro

‘Change bus in El Pinar’, zegt de buschauffeur. We zijn net in het mini busje gekropen met nog twee toeristen en een handvol inwoners van La Restinga. Nadat we een paar dagen eerder de oostkust van El Hierro vanaf het water bewonderden, willen we nu graag het eiland vanaf het land bezichtigen.

Wij gaan via Valverde naar Frontera, El Golfo. Naar Valverde is twee ritjes, beide van een klein half uur, met een overstap in El Pinar. Twee ritjes betekent dat je per persoon twee kaartjes koopt. Gewoon papieren kaartjes, alsof je consumptiebonnen koopt. De chauffeur heeft geen kassa maar een plastic bakje met daarin het kleingeld en dat bakje staat keurig tussen hem en de passagier op de voorste bank.

El Galante ligt in Puerto de la Restinga, het meest zuidelijk punt van het eiland. Het eiland is hier zo goed als onbebouwd. Veel zwarte lava, groen van de planten en struiken die het lukt om hier te leven en een eindeloze variatie in structuren, hard en zacht gesteente, aarderood en okergeel. De gestolde lava is als een dikke brij die het uiteindelijk niet lukte om nog verder te stromen, als een te ruime huid die met dikke plooien de aarde omvat.

In de buurt van El Pinar wordt het groener. De bodem is bedekt, er zijn meer soorten bomen en hier en daar staat een eerste huis. Na het naaldbomenbos lijkt het land meer geschikt voor bewerking. Amandelbomen in volle bloei, kale wijnstruiken en tussen de vele muurtjes – allemaal opgestapeld vulkanisch gesteente – grazen hier en daar koeien, geiten en hoedt een herder met een lange staf schapen. Het is nog werkelijk zoals op de ansichtkaart die we oma stuurden. Het gebied bij El Golfo is, in tegenstelling tot de rest van het eiland, heel vlak en afgegrensd met steile, hoge rotsen, in de vorm van een halve krater. De andere helft zou ooit in zee gezonken zijn.

Alles ademt gemoedelijkheid. Een postzegel koop je tussen half twaalf en half één, langer is het postkantoor niet open. De bus heeft een stopknop maar als iemand vraagt om ergens anders eruit dan bij de bushalte, kan dat ook. En de havenmeester laat ons voor drie nachten betalen, deelt ons mee dat hij een week op vakantie gaat. Hoe lang we blijven, is aan ons. Tot zijn vakantie voorbij is natuurlijk.

Het contrast met de plaatselijke gemoedelijkheid is groot als met harde wind de zeilboot die ’s ochtends vertrok weer binnenkomt. Er is één ligplaats vrij maar de eigenaren van de boten aan weerszijde willen niet dat deze boot, met acht mensen aan boord, daar gaat liggen. Waarom? Dat is onduidelijk. Misschien omdat zij het onverstandig vonden dat ze toch zijn uitgevaren? Misschien bang voor schade? Misschien omdat het een huurboot is en veel mensen aan boord meer lawaai geeft?

Na iets van twee uren in- en uitvaren, afmeren langs een betonnen muur en proberen te ankeren in de haven, helpen andere zeilers deze mensen toch op de ligplaats. In de haven zijn er op dat moment windstoten van windkracht acht. Of je de buren wel of niet leuk vindt, is in dit geval niet relevant. Met zo’n harde wind heb je gewoon plek in de haven nodig. Er wordt in vier talen over en weer geschreeuwd. Dat het niet kan, dat de ander onbeleefd is, maar ook een luid en duidelijk ‘gas, nu’ en vervolgens heel snel vastzetten van de lijnen. De zeilers zijn ontzettend blij dat ze vast liggen.

De blijdschap duurt niet lang. Midden in de nacht is er opnieuw een hoop geschreeuw. Met een rubberen hamer slaat één van de protesterende zeilers op het dek van de laatst binnengekomen boot. Eén van de mannen op deze boot krijgt klappen met de hamer op zijn arm en hoofd. Bloed op het dek, binnen en op de boot van de ‘hamerman’. Guardia Civil is er snel bij en de man met hoofdwond gaat voor hechtingen naar het ziekenhuis. In Frontera weten ze een half uur later al wat er aan de hand is in Restinga. Zo gaat dat in een kleine gemeenschap.

Als na een paar dagen de wind iets afzwakt en een eerste zitting voor de rechter is geweest, vertrekken de boten één voor één. De grapjes zijn nog niet uit de lucht maar in La Restinga is de rust weer wedergekeerd.

Wat zal de havenmeester bij terugkomst van het zeilersvolk denken?
Of zou het verhaal hem ook allang bereikt hebben?

14 februari 2015

Gerlinde Zoodsma

Place comment
14 februari 2015 
3 min. read

Nachtelijk geweld op het rustige El Hierro

‘Change bus in El Pinar’, zegt de buschauffeur. We zijn net in het mini busje gekropen met nog twee toeristen en een handvol inwoners van La Restinga. Nadat we een paar dagen eerder de oostkust van El Hierro vanaf het water bewonderden, willen we nu graag het eiland vanaf het land bezichtigen.

Wij gaan via Valverde naar Frontera, El Golfo. Naar Valverde is twee ritjes, beide van een klein half uur, met een overstap in El Pinar. Twee ritjes betekent dat je per persoon twee kaartjes koopt. Gewoon papieren kaartjes, alsof je consumptiebonnen koopt. De chauffeur heeft geen kassa maar een plastic bakje met daarin het kleingeld en dat bakje staat keurig tussen hem en de passagier op de voorste bank.

El Galante ligt in Puerto de la Restinga, het meest zuidelijk punt van het eiland. Het eiland is hier zo goed als onbebouwd. Veel zwarte lava, groen van de planten en struiken die het lukt om hier te leven en een eindeloze variatie in structuren, hard en zacht gesteente, aarderood en okergeel. De gestolde lava is als een dikke brij die het uiteindelijk niet lukte om nog verder te stromen, als een te ruime huid die met dikke plooien de aarde omvat.

In de buurt van El Pinar wordt het groener. De bodem is bedekt, er zijn meer soorten bomen en hier en daar staat een eerste huis. Na het naaldbomenbos lijkt het land meer geschikt voor bewerking. Amandelbomen in volle bloei, kale wijnstruiken en tussen de vele muurtjes – allemaal opgestapeld vulkanisch gesteente – grazen hier en daar koeien, geiten en hoedt een herder met een lange staf schapen. Het is nog werkelijk zoals op de ansichtkaart die we oma stuurden. Het gebied bij El Golfo is, in tegenstelling tot de rest van het eiland, heel vlak en afgegrensd met steile, hoge rotsen, in de vorm van een halve krater. De andere helft zou ooit in zee gezonken zijn.

Alles ademt gemoedelijkheid. Een postzegel koop je tussen half twaalf en half één, langer is het postkantoor niet open. De bus heeft een stopknop maar als iemand vraagt om ergens anders eruit dan bij de bushalte, kan dat ook. En de havenmeester laat ons voor drie nachten betalen, deelt ons mee dat hij een week op vakantie gaat. Hoe lang we blijven, is aan ons. Tot zijn vakantie voorbij is natuurlijk.

Het contrast met de plaatselijke gemoedelijkheid is groot als met harde wind de zeilboot die ’s ochtends vertrok weer binnenkomt. Er is één ligplaats vrij maar de eigenaren van de boten aan weerszijde willen niet dat deze boot, met acht mensen aan boord, daar gaat liggen. Waarom? Dat is onduidelijk. Misschien omdat zij het onverstandig vonden dat ze toch zijn uitgevaren? Misschien bang voor schade? Misschien omdat het een huurboot is en veel mensen aan boord meer lawaai geeft?

Na iets van twee uren in- en uitvaren, afmeren langs een betonnen muur en proberen te ankeren in de haven, helpen andere zeilers deze mensen toch op de ligplaats. In de haven zijn er op dat moment windstoten van windkracht acht. Of je de buren wel of niet leuk vindt, is in dit geval niet relevant. Met zo’n harde wind heb je gewoon plek in de haven nodig. Er wordt in vier talen over en weer geschreeuwd. Dat het niet kan, dat de ander onbeleefd is, maar ook een luid en duidelijk ‘gas, nu’ en vervolgens heel snel vastzetten van de lijnen. De zeilers zijn ontzettend blij dat ze vast liggen.

De blijdschap duurt niet lang. Midden in de nacht is er opnieuw een hoop geschreeuw. Met een rubberen hamer slaat één van de protesterende zeilers op het dek van de laatst binnengekomen boot. Eén van de mannen op deze boot krijgt klappen met de hamer op zijn arm en hoofd. Bloed op het dek, binnen en op de boot van de ‘hamerman’. Guardia Civil is er snel bij en de man met hoofdwond gaat voor hechtingen naar het ziekenhuis. In Frontera weten ze een half uur later al wat er aan de hand is in Restinga. Zo gaat dat in een kleine gemeenschap.

Als na een paar dagen de wind iets afzwakt en een eerste zitting voor de rechter is geweest, vertrekken de boten één voor één. De grapjes zijn nog niet uit de lucht maar in La Restinga is de rust weer wedergekeerd.

Wat zal de havenmeester bij terugkomst van het zeilersvolk denken?
Of zou het verhaal hem ook allang bereikt hebben?

14 februari 2015

Gerlinde Zoodsma

Place comment
14 februari 2015 
3 min. read

Nachtelijk geweld op het rustige El Hierro

‘Change bus in El Pinar’, zegt de buschauffeur. We zijn net in het mini busje gekropen met nog twee toeristen en een handvol inwoners van La Restinga. Nadat we een paar dagen eerder de oostkust van El Hierro vanaf het water bewonderden, willen we nu graag het eiland vanaf het land bezichtigen.

Wij gaan via Valverde naar Frontera, El Golfo. Naar Valverde is twee ritjes, beide van een klein half uur, met een overstap in El Pinar. Twee ritjes betekent dat je per persoon twee kaartjes koopt. Gewoon papieren kaartjes, alsof je consumptiebonnen koopt. De chauffeur heeft geen kassa maar een plastic bakje met daarin het kleingeld en dat bakje staat keurig tussen hem en de passagier op de voorste bank.

El Galante ligt in Puerto de la Restinga, het meest zuidelijk punt van het eiland. Het eiland is hier zo goed als onbebouwd. Veel zwarte lava, groen van de planten en struiken die het lukt om hier te leven en een eindeloze variatie in structuren, hard en zacht gesteente, aarderood en okergeel. De gestolde lava is als een dikke brij die het uiteindelijk niet lukte om nog verder te stromen, als een te ruime huid die met dikke plooien de aarde omvat.

In de buurt van El Pinar wordt het groener. De bodem is bedekt, er zijn meer soorten bomen en hier en daar staat een eerste huis. Na het naaldbomenbos lijkt het land meer geschikt voor bewerking. Amandelbomen in volle bloei, kale wijnstruiken en tussen de vele muurtjes – allemaal opgestapeld vulkanisch gesteente – grazen hier en daar koeien, geiten en hoedt een herder met een lange staf schapen. Het is nog werkelijk zoals op de ansichtkaart die we oma stuurden. Het gebied bij El Golfo is, in tegenstelling tot de rest van het eiland, heel vlak en afgegrensd met steile, hoge rotsen, in de vorm van een halve krater. De andere helft zou ooit in zee gezonken zijn.

Alles ademt gemoedelijkheid. Een postzegel koop je tussen half twaalf en half één, langer is het postkantoor niet open. De bus heeft een stopknop maar als iemand vraagt om ergens anders eruit dan bij de bushalte, kan dat ook. En de havenmeester laat ons voor drie nachten betalen, deelt ons mee dat hij een week op vakantie gaat. Hoe lang we blijven, is aan ons. Tot zijn vakantie voorbij is natuurlijk.

Het contrast met de plaatselijke gemoedelijkheid is groot als met harde wind de zeilboot die ’s ochtends vertrok weer binnenkomt. Er is één ligplaats vrij maar de eigenaren van de boten aan weerszijde willen niet dat deze boot, met acht mensen aan boord, daar gaat liggen. Waarom? Dat is onduidelijk. Misschien omdat zij het onverstandig vonden dat ze toch zijn uitgevaren? Misschien bang voor schade? Misschien omdat het een huurboot is en veel mensen aan boord meer lawaai geeft?

Na iets van twee uren in- en uitvaren, afmeren langs een betonnen muur en proberen te ankeren in de haven, helpen andere zeilers deze mensen toch op de ligplaats. In de haven zijn er op dat moment windstoten van windkracht acht. Of je de buren wel of niet leuk vindt, is in dit geval niet relevant. Met zo’n harde wind heb je gewoon plek in de haven nodig. Er wordt in vier talen over en weer geschreeuwd. Dat het niet kan, dat de ander onbeleefd is, maar ook een luid en duidelijk ‘gas, nu’ en vervolgens heel snel vastzetten van de lijnen. De zeilers zijn ontzettend blij dat ze vast liggen.

De blijdschap duurt niet lang. Midden in de nacht is er opnieuw een hoop geschreeuw. Met een rubberen hamer slaat één van de protesterende zeilers op het dek van de laatst binnengekomen boot. Eén van de mannen op deze boot krijgt klappen met de hamer op zijn arm en hoofd. Bloed op het dek, binnen en op de boot van de ‘hamerman’. Guardia Civil is er snel bij en de man met hoofdwond gaat voor hechtingen naar het ziekenhuis. In Frontera weten ze een half uur later al wat er aan de hand is in Restinga. Zo gaat dat in een kleine gemeenschap.

Als na een paar dagen de wind iets afzwakt en een eerste zitting voor de rechter is geweest, vertrekken de boten één voor één. De grapjes zijn nog niet uit de lucht maar in La Restinga is de rust weer wedergekeerd.

Wat zal de havenmeester bij terugkomst van het zeilersvolk denken?
Of zou het verhaal hem ook allang bereikt hebben?

14 februari 2015

Gerlinde Zoodsma

Place comment