Zeehelden, wachtlopen en mayonaise
14 augustus 2013 
2 min. read

Zeehelden, wachtlopen en mayonaise

“Dreas, Dreas, toe! Allemaal boten! Toe nou, Dreas. Kom!” Drie dagen eerder zijn we in A Coruña aangekomen na dagenlang op zee. Voor de derde nacht droom ik dat ik op zee ben en in slaap val terwijl ik de wacht heb. De eerste twee nachten weet Dreas me in bed bij positieven te krijgen. Deze keer ben ik uit bed gegaan, door de boot gestuiterd en sta bij het deurtje de nacht in te roepen “Dreas, allemaal boten, allemaal lichten, toe nou”. “Jaa, Gerlinde, want we liggen in de haven.”

Het zijn van die kleine ‘opstartproblemen’. We weten al heel snel onze draai aan boord te vinden. Ook als er eerst drie kinderen en later nog drie kinderen aanmonsteren. De boot is vol, we stappen over tassen, wachten op gebruik van toilet en wastafel en zelfs als het een keer regent, eten we buiten in de kuip onder het tentje en passeren brood, jam en boter alsof het nooit anders was.

In al die weken hebben we geen technische problemen tot we, op de weg terug, vlak voor Zeebrugge zijn. In de stromende regen draaien we beide nog een keer ons hoofd, denkend dat met de capuchon op het geluid misschien vervormd als we met ons hoofd draaien. Nee, de motor maakt een vreemd geluid. Dreas loopt heel snel een aantal dingen na. Er is geen wind en er zijn alleen drie vissersschepen in de buurt. We dobberen, ik houd de waterdiepte en scheepvaart in de gaten.  Dreas blaast leidingen door en vind al snel het probleem. Overal zit diesel maar na een half uur varen we weer. De vloerluiken nog open, op naar de haven, zin in een borrel. Zo komen we toch nog bij donker de haven binnen. Dat hadden we juist willen voorkomen. Zo’n grote zeehaven waar schepen tot meer dan driehonderd meter binnenlopen.  Tussen de havenhoofden begint de boot flink te rollen en – niet voor de eerste keer – vliegt de koelkast open, de inhoud rolt naar buiten en een pot mayonaise stuitert zo onderin de boot. Dreas zijn reactie is niet van de lucht. Dit klinkt véél erger dan ons probleem van zonet.

Maar net zo handig als Dreas een brandstoftoevoerprobleem oplost, weet hij de volgende dag de mayonaise te redden. Met een soeplepel aan een oude bamboehengel van de kinderen vist hij de pot onder uit de boot. Op het deksel gevallen en nog heel.

Het brandstofprobleem levert ons een dag langer op in Zeebrugge, de noodreparatie wordt omgezet in een definitieve oplossing en morgen beginnen we aan de laatste honderdzestig zeemijl naar thuishaven Harlingen. Maar ach, wat is een thuishaven. Wij hebben ons huis bij ons, een deel van de reis zelfs onze kinderen bij ons en hebben overal enorm genoten.

14 augustus 2013

Gerlinde Zoodsma

Place comment
14 augustus 2013 
2 min. read

Zeehelden, wachtlopen en mayonaise

“Dreas, Dreas, toe! Allemaal boten! Toe nou, Dreas. Kom!” Drie dagen eerder zijn we in A Coruña aangekomen na dagenlang op zee. Voor de derde nacht droom ik dat ik op zee ben en in slaap val terwijl ik de wacht heb. De eerste twee nachten weet Dreas me in bed bij positieven te krijgen. Deze keer ben ik uit bed gegaan, door de boot gestuiterd en sta bij het deurtje de nacht in te roepen “Dreas, allemaal boten, allemaal lichten, toe nou”. “Jaa, Gerlinde, want we liggen in de haven.”

Het zijn van die kleine ‘opstartproblemen’. We weten al heel snel onze draai aan boord te vinden. Ook als er eerst drie kinderen en later nog drie kinderen aanmonsteren. De boot is vol, we stappen over tassen, wachten op gebruik van toilet en wastafel en zelfs als het een keer regent, eten we buiten in de kuip onder het tentje en passeren brood, jam en boter alsof het nooit anders was.

In al die weken hebben we geen technische problemen tot we, op de weg terug, vlak voor Zeebrugge zijn. In de stromende regen draaien we beide nog een keer ons hoofd, denkend dat met de capuchon op het geluid misschien vervormd als we met ons hoofd draaien. Nee, de motor maakt een vreemd geluid. Dreas loopt heel snel een aantal dingen na. Er is geen wind en er zijn alleen drie vissersschepen in de buurt. We dobberen, ik houd de waterdiepte en scheepvaart in de gaten.  Dreas blaast leidingen door en vind al snel het probleem. Overal zit diesel maar na een half uur varen we weer. De vloerluiken nog open, op naar de haven, zin in een borrel. Zo komen we toch nog bij donker de haven binnen. Dat hadden we juist willen voorkomen. Zo’n grote zeehaven waar schepen tot meer dan driehonderd meter binnenlopen.  Tussen de havenhoofden begint de boot flink te rollen en – niet voor de eerste keer – vliegt de koelkast open, de inhoud rolt naar buiten en een pot mayonaise stuitert zo onderin de boot. Dreas zijn reactie is niet van de lucht. Dit klinkt véél erger dan ons probleem van zonet.

Maar net zo handig als Dreas een brandstoftoevoerprobleem oplost, weet hij de volgende dag de mayonaise te redden. Met een soeplepel aan een oude bamboehengel van de kinderen vist hij de pot onder uit de boot. Op het deksel gevallen en nog heel.

Het brandstofprobleem levert ons een dag langer op in Zeebrugge, de noodreparatie wordt omgezet in een definitieve oplossing en morgen beginnen we aan de laatste honderdzestig zeemijl naar thuishaven Harlingen. Maar ach, wat is een thuishaven. Wij hebben ons huis bij ons, een deel van de reis zelfs onze kinderen bij ons en hebben overal enorm genoten.

14 augustus 2013

Gerlinde Zoodsma

Place comment
14 augustus 2013 
2 min. read

Zeehelden, wachtlopen en mayonaise

“Dreas, Dreas, toe! Allemaal boten! Toe nou, Dreas. Kom!” Drie dagen eerder zijn we in A Coruña aangekomen na dagenlang op zee. Voor de derde nacht droom ik dat ik op zee ben en in slaap val terwijl ik de wacht heb. De eerste twee nachten weet Dreas me in bed bij positieven te krijgen. Deze keer ben ik uit bed gegaan, door de boot gestuiterd en sta bij het deurtje de nacht in te roepen “Dreas, allemaal boten, allemaal lichten, toe nou”. “Jaa, Gerlinde, want we liggen in de haven.”

Het zijn van die kleine ‘opstartproblemen’. We weten al heel snel onze draai aan boord te vinden. Ook als er eerst drie kinderen en later nog drie kinderen aanmonsteren. De boot is vol, we stappen over tassen, wachten op gebruik van toilet en wastafel en zelfs als het een keer regent, eten we buiten in de kuip onder het tentje en passeren brood, jam en boter alsof het nooit anders was.

In al die weken hebben we geen technische problemen tot we, op de weg terug, vlak voor Zeebrugge zijn. In de stromende regen draaien we beide nog een keer ons hoofd, denkend dat met de capuchon op het geluid misschien vervormd als we met ons hoofd draaien. Nee, de motor maakt een vreemd geluid. Dreas loopt heel snel een aantal dingen na. Er is geen wind en er zijn alleen drie vissersschepen in de buurt. We dobberen, ik houd de waterdiepte en scheepvaart in de gaten.  Dreas blaast leidingen door en vind al snel het probleem. Overal zit diesel maar na een half uur varen we weer. De vloerluiken nog open, op naar de haven, zin in een borrel. Zo komen we toch nog bij donker de haven binnen. Dat hadden we juist willen voorkomen. Zo’n grote zeehaven waar schepen tot meer dan driehonderd meter binnenlopen.  Tussen de havenhoofden begint de boot flink te rollen en – niet voor de eerste keer – vliegt de koelkast open, de inhoud rolt naar buiten en een pot mayonaise stuitert zo onderin de boot. Dreas zijn reactie is niet van de lucht. Dit klinkt véél erger dan ons probleem van zonet.

Maar net zo handig als Dreas een brandstoftoevoerprobleem oplost, weet hij de volgende dag de mayonaise te redden. Met een soeplepel aan een oude bamboehengel van de kinderen vist hij de pot onder uit de boot. Op het deksel gevallen en nog heel.

Het brandstofprobleem levert ons een dag langer op in Zeebrugge, de noodreparatie wordt omgezet in een definitieve oplossing en morgen beginnen we aan de laatste honderdzestig zeemijl naar thuishaven Harlingen. Maar ach, wat is een thuishaven. Wij hebben ons huis bij ons, een deel van de reis zelfs onze kinderen bij ons en hebben overal enorm genoten.

14 augustus 2013

Gerlinde Zoodsma

Place comment
14 augustus 2013 
2 min. read

Zeehelden, wachtlopen en mayonaise

“Dreas, Dreas, toe! Allemaal boten! Toe nou, Dreas. Kom!” Drie dagen eerder zijn we in A Coruña aangekomen na dagenlang op zee. Voor de derde nacht droom ik dat ik op zee ben en in slaap val terwijl ik de wacht heb. De eerste twee nachten weet Dreas me in bed bij positieven te krijgen. Deze keer ben ik uit bed gegaan, door de boot gestuiterd en sta bij het deurtje de nacht in te roepen “Dreas, allemaal boten, allemaal lichten, toe nou”. “Jaa, Gerlinde, want we liggen in de haven.”

Het zijn van die kleine ‘opstartproblemen’. We weten al heel snel onze draai aan boord te vinden. Ook als er eerst drie kinderen en later nog drie kinderen aanmonsteren. De boot is vol, we stappen over tassen, wachten op gebruik van toilet en wastafel en zelfs als het een keer regent, eten we buiten in de kuip onder het tentje en passeren brood, jam en boter alsof het nooit anders was.

In al die weken hebben we geen technische problemen tot we, op de weg terug, vlak voor Zeebrugge zijn. In de stromende regen draaien we beide nog een keer ons hoofd, denkend dat met de capuchon op het geluid misschien vervormd als we met ons hoofd draaien. Nee, de motor maakt een vreemd geluid. Dreas loopt heel snel een aantal dingen na. Er is geen wind en er zijn alleen drie vissersschepen in de buurt. We dobberen, ik houd de waterdiepte en scheepvaart in de gaten.  Dreas blaast leidingen door en vind al snel het probleem. Overal zit diesel maar na een half uur varen we weer. De vloerluiken nog open, op naar de haven, zin in een borrel. Zo komen we toch nog bij donker de haven binnen. Dat hadden we juist willen voorkomen. Zo’n grote zeehaven waar schepen tot meer dan driehonderd meter binnenlopen.  Tussen de havenhoofden begint de boot flink te rollen en – niet voor de eerste keer – vliegt de koelkast open, de inhoud rolt naar buiten en een pot mayonaise stuitert zo onderin de boot. Dreas zijn reactie is niet van de lucht. Dit klinkt véél erger dan ons probleem van zonet.

Maar net zo handig als Dreas een brandstoftoevoerprobleem oplost, weet hij de volgende dag de mayonaise te redden. Met een soeplepel aan een oude bamboehengel van de kinderen vist hij de pot onder uit de boot. Op het deksel gevallen en nog heel.

Het brandstofprobleem levert ons een dag langer op in Zeebrugge, de noodreparatie wordt omgezet in een definitieve oplossing en morgen beginnen we aan de laatste honderdzestig zeemijl naar thuishaven Harlingen. Maar ach, wat is een thuishaven. Wij hebben ons huis bij ons, een deel van de reis zelfs onze kinderen bij ons en hebben overal enorm genoten.

14 augustus 2013

Gerlinde Zoodsma

Place comment